In Nederland heerst een ogenschijnlijke paradox: een land dat wereldwijd bekendstaat om zijn tolerantie en progressiviteit heeft een politicus als Geert Wilders voortgebracht, wiens retoriek steevast leunt op populisme, racisme en islamhaat. Hoe is het mogelijk dat een land met een lange traditie van multiculturalisme en vrijheid van godsdienst een leider als Wilders een podium biedt? En belangrijker: waarom blijft zijn invloed groeien?
Populisme is een politiek wapen dat inspeelt op de emoties van de kiezer. Het simplificeert complexe problemen en biedt makkelijke vijanden aan: de elite, de immigranten, de islam. Wilders, leider van de Partij voor de Vrijheid (PVV), heeft zich in de afgelopen decennia ontpopt als een meester in deze strategie. Zijn boodschap is helder: Nederland wordt bedreigd door islamisering, de politieke elite heeft gefaald en alleen hij kan de problemen oplossen. Hij presenteert zichzelf als de stem van het volk, een man die durft te zeggen wat anderen niet durven.
De kracht van populisme zit in de herkenbaarheid en de eenvoud. Door een duidelijke vijand aan te wijzen – in Wilders’ geval vooral de islam en immigranten uit moslimlanden – kanaliseert hij gevoelens van angst en onvrede naar een concrete politieke boodschap. Dit is niet nieuw. Populisten wereldwijd gebruiken dezelfde tactiek, of het nu Trump, Bolsonaro of Le Pen is. Maar in Nederland, met zijn lange geschiedenis van kolonialisme en immigratie, snijdt dit extra diep.
Wilders verdedigt zich steevast door te stellen dat hij geen racist is, maar slechts kritiek levert op de islam als ideologie. Dit argument is een bekende truc van extreemrechtse politici: door te beweren dat ze zich enkel tegen een religie keren en niet tegen een bevolkingsgroep, hopen ze racismeverwijten te ontlopen. Maar de realiteit is dat Wilders’ uitspraken herhaaldelijk bevolkingsgroepen als geheel treffen. Zijn beroemde uitspraak over ‘minder Marokkanen’ tijdens een verkiezingsbijeenkomst in 2014 is daar een schrijnend voorbeeld van.
De PVV heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een partij met een uitgesproken anti-islamprogramma. Van het sluiten van moskeeën en islamitische scholen tot een verbod op de Koran: het zijn standpunten die niet alleen in strijd zijn met de Nederlandse grondwet, maar die ook de basisprincipes van een vrije democratie ondermijnen. Het is niet slechts islamkritiek, maar een poging om een volledige bevolkingsgroep in Nederland te marginaliseren.
Islamhaat is voor Wilders een politiek verdienmodel geworden. Door zich te profileren als dé anti-islam politicus, trekt hij stemmen van mensen die zich zorgen maken over immigratie en de veranderende samenleving. Maar het probleem met dit discours is dat het niet alleen schadelijk is voor moslims, maar voor de gehele samenleving. Door voortdurend angst te zaaien en bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten, vergroot hij de kloof in de maatschappij en normaliseert hij xenofobie.
Wilders’ invloed reikt bovendien verder dan alleen Nederland. Zijn retoriek wordt bewonderd door extreemrechtse bewegingen in heel Europa en daarbuiten. Dit maakt hem niet alleen een nationaal, maar ook een internationaal symbool van de verrechtsing van het politieke klimaat. In een tijd waarin extreemrechtse partijen overal in Europa terrein winnen, speelt Wilders een sleutelrol in het versterken van een discours dat haat en verdeeldheid aanwakkert.
Wilders is geen fenomeen dat uit het niets is ontstaan. Zijn succes is mede te danken aan een falend politiek systeem dat er niet in is geslaagd om de zorgen van kiezers serieus te nemen zonder in xenofobisch discours te vervallen. Traditionele partijen hebben zich te lang vastgeklampt aan technocratische oplossingen zonder een verbindend verhaal te bieden. Hierdoor voelt een deel van de bevolking zich in de steek gelaten, en Wilders biedt hen een simpele, maar destructieve oplossing: de schuld afschuiven op de ander.
Toch ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de kiezer. Een democratie floreert bij kritisch denken en betrokkenheid. Het is belangrijk om te beseffen dat politiek niet alleen gaat over economische of veiligheidsthema’s, maar ook over de waarden die we willen uitdragen als samenleving. Wilders mag dan een meester zijn in het bespelen van onvrede, het is aan ons om te bepalen of we meegaan in zijn verhaal of kiezen voor een Nederland waarin diversiteit en gelijkwaardigheid centraal blijven staan.