In de afgelopen dagen heeft de Nederlandse politiek een stormachtige episode doorgemaakt, bekend geworden als de ‘lintjeskwestie’. Minister van Asiel en Migratie, Marjolein Faber, weigerde haar handtekening te zetten onder de voordracht voor koninklijke onderscheidingen voor vijf vrijwilligers die zich jarenlang hebben ingezet voor asielzoekers. Deze beslissing heeft niet alleen geleid tot politieke beroering, maar roept ook fundamentele vragen op over de rol van politieke overtuigingen in het erkennen van maatschappelijke verdiensten.
Het toekennen van koninklijke onderscheidingen is in Nederland een traditie waarbij burgers worden geëerd voor hun uitzonderlijke bijdragen aan de samenleving. De procedure vereist doorgaans de formele goedkeuring van de verantwoordelijke minister. Echter, minister Faber weigerde deze goedkeuring te verlenen aan vijf vrijwilligers die zich hebben ingezet voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Haar argument was dat hun werk “haaks” staat op haar beleid om de instroom van asielzoekers te beperken. Ze benadrukte dat ministers geen “stempelmachines” zijn en dat ze het recht heeft om dergelijke beslissingen te nemen .
De weigering van Faber leidde tot brede verontwaardiging binnen zowel de politiek als de samenleving. Veel Kamerleden beschuldigden haar ervan het decoratiestelsel te politiseren, waarbij persoonlijke politieke overtuigingen de overhand krijgen boven objectieve erkenning van maatschappelijke bijdragen. Premier Dick Schoof voelde zich genoodzaakt in te grijpen en ondertekende samen met minister van Binnenlandse Zaken, Judith Uitermark, de voordrachten alsnog. Dit werd gedaan om de integriteit van het decoratiestelsel te waarborgen en de vrijwilligers de erkenning te geven die zij verdienen .
Waarnemend burgemeester Peter Rehwinkel van Alphen aan den Rijn sprak zich krachtig uit tegen de handelwijze van Faber. Hij noemde de actie “stuitend” en benadrukte dat het decoratiestelsel niet gepolitiseerd mag worden. Volgens Rehwinkel hoort het bij het uitreiken van lintjes niet om de persoonlijke overtuigingen van de minister te gaan, maar om de verdiensten van de ontvanger .
Deze kwestie staat niet op zichzelf. Sinds haar aantreden als minister van Asiel en Migratie is Faber meerdere malen in opspraak gekomen. Eerder werd ze bekritiseerd vanwege haar gebrek aan kennis en duidelijke antwoorden tijdens Kamerdebatten. Kamerleden van diverse partijen, waaronder SP, CDA, ChristenUnie en D66, verweten haar onwetendheid en onduidelijkheid in haar beleid . Daarnaast is er binnen haar ministerie sprake van interne strubbelingen. Ambtenaren klagen over haar ongrijpbaarheid en het negeren van adviezen, wat leidt tot een ongebruikelijke en geïsoleerde werkwijze .
Vrijwilligers vormen de ruggengraat van veel maatschappelijke initiatieven in Nederland. Hun inzet overstijgt vaak politieke en ideologische grenzen, gedreven door een gemeenschappelijk doel om anderen te helpen. De actie van minister Faber kan een ontmoedigend effect hebben op huidige en potentiële vrijwilligers, vooral degenen die werkzaam zijn in politiek gevoelige sectoren zoals de asielopvang. Het niet erkennen van hun inspanningen vanwege politieke overwegingen ondermijnt het principe van onpartijdige waardering voor maatschappelijke bijdragen.
Hoewel ministers inderdaad de bevoegdheid hebben om voordrachten voor koninklijke onderscheidingen te ondertekenen of te weigeren, brengt deze discretie een verantwoordelijkheid met zich mee om boven partijpolitiek te staan. Het gebruik van deze bevoegdheid om persoonlijke of partijpolitieke standpunten te benadrukken, kan het vertrouwen in het gehele decoratiestelsel ondermijnen. Het is essentieel dat de toekenning van onderscheidingen blijft gebaseerd op de verdiensten van individuen en niet wordt beïnvloed door de politieke kleur van de zittende regering.
De ‘lintjeskwestie’ rondom minister Faber werpt een schaduw over de onpartijdigheid van het Nederlandse decoratiestelsel. Het benadrukt de noodzaak voor politieke functionarissen om persoonlijke overtuigingen te scheiden van hun officiële taken, vooral wanneer het gaat om het erkennen van burgers die zich inzetten voor de samenleving. Het is van cruciaal belang dat het decoratiestelsel zijn integriteit behoudt, zodat vrijwilligers en andere verdienstelijke burgers de erkenning krijgen die zij verdienen, ongeacht de politieke context.